Hoe organiseer je een vertrouwelijke executive search bij vervanging van een zittende bestuurder?

Een vertrouwelijke executive search werkt alleen als je vooraf vastlegt wie wat mag weten, welke informatie kandidaten ontvangen, wie besluiten neemt en wanneer het proces openbaar wordt. Beperk de kring niet alleen uit voorzichtigheid, maar organiseer ook voldoende tegenspraak en formele betrokkenheid. Vertrouwelijkheid mag nooit betekenen dat governance, medezeggenschap, privacy of een zorgvuldig proces worden omzeild.

Een zittende bestuurder vervangen is een van de gevoeligste searches die een organisatie kan uitvoeren. Te vroege bekendheid kan medewerkers, klanten, financiers en kandidaten onnodig ongerust maken. Te lang zwijgen kan juist leiden tot geruchten, verlies van vertrouwen of een medezeggenschapsorgaan dat te laat wordt betrokken. De opgave is daarom niet om informatie koste wat kost geheim te houden, maar om haar gecontroleerd, rechtmatig en op het juiste moment te delen.

 

Wanneer is een vertrouwelijke executive search passend?

Een vertrouwelijke search is passend wanneer bekendmaking vóór een formeel besluit aantoonbare schade kan veroorzaken. Denk aan een nog lopende beoordeling, een voorgenomen maar niet afgeronde wisseling, een strategische koerswijziging of een opvolgingsvraag die eerst zorgvuldig moet worden verkend.

Maak onderscheid tussen drie situaties:

  • Reguliere opvolging. De vertrekdatum is bekend en bestuurder en raad kunnen het proces gezamenlijk voorbereiden.
  • Verkenning. De raad onderzoekt scenario’s, maar heeft nog geen definitief besluit genomen over de positie of inrichting van het bestuur.
  • Gevoelige vervanging. Het functioneren, vertrouwen of de arbeidsrelatie staat ter discussie en voortijdige bekendmaking kan personen en organisatie schaden.

Voor iedere situatie gelden andere spelregels. Een vertrouwelijke marktverkenning is geen besluit tot ontslag. Ook is een longlist nog geen voordracht. Leg daarom per fase vast wat al besloten is, wat nog openstaat en wie bevoegd is om de volgende stap te zetten.

 

Wie moet vanaf het begin betrokken zijn?

Betrek alleen mensen die een noodzakelijke rol hebben, maar maak de kring niet zo klein dat kwaliteit en rechtmatigheid verdwijnen. Meestal ligt de regie bij de RvC of RvT, eventueel voorbereid door een selectie- en benoemingscommissie. De voorzitter bewaakt het proces; de voltallige raad houdt de verantwoordelijkheid voor besluiten die aan de raad zijn voorbehouden.

Een werkbare eerste informatiering bestaat vaak uit:

  • De voorzitter van de RvC of RvT
  • Eén of twee leden van de selectie- en benoemingscommissie
  • De bestuurssecretaris of externe procesbegeleider
  • Een jurist of arbeidsrechtelijk adviseur wanneer positie, contract of procedure gevoelig is
  • De executive-searchpartner

Spreek af wie als enig aanspreekpunt fungeert. Daarmee voorkom je dat kandidaten verschillende versies van de opdracht horen of dat afzonderlijke toezichthouders buiten het proces om informatie delen.

Controleer ook vroeg welke organen formeel betrokken moeten worden. De ondernemingsraad heeft op grond van artikel 30 van de Wet op de ondernemingsraden adviesrecht over een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van de bestuurder in de zin van de WOR. De SER licht dit adviesrecht bij benoeming en ontslag van bestuurders toe. De precieze positie van de OR, aandeelhouder, cliëntenraad of andere belanghebbende hangt af van wet, statuten, sectorregels en aanvullende afspraken.

 

Hoe richt je informatieringen in?

Werk met informatieringen die per fase groter worden. Iedereen in een ring weet welke informatie vertrouwelijk is, waarvoor die mag worden gebruikt en wanneer de volgende ring wordt betrokken.

Ring 1: besluitvorming en voorbereiding
Deze kleine groep stelt de aanleiding, bestuurlijke scenario’s, bevoegdheden en risico’s vast. Hier wordt ook besloten of de search al kan starten of dat eerst een formeel traject met de zittende bestuurder nodig is.

Ring 2: search en beoordeling
Deze groep ontvangt voldoende informatie om kandidaten zorgvuldig te beoordelen. Zij kent het succesprofiel, de opdracht, de belangrijkste context en de besliscriteria. Niet ieder lid hoeft alle persoonlijke of juridische details te kennen.

Ring 3: advies en draagvlak
Medezeggenschap en andere relevante stakeholders worden betrokken zodra zij hun formele of afgesproken rol daadwerkelijk kunnen vervullen. Plan dit moment vooraf. Informeren nadat de voorkeurskandidaat feitelijk vaststaat, maakt inspraak betekenisloos.

Ring 4: organisatie en buitenwereld
Deze ring omvat medewerkers, klanten, financiers, samenwerkingspartners, pers en andere externe relaties. Bereid de boodschap, volgorde en woordvoering voor voordat de benoeming of wisseling wordt bekendgemaakt.

Een eenvoudige beslisregel helpt: deel informatie als iemand haar nodig heeft om een legitieme taak uit te voeren, niet alleen omdat die persoon belangrijk of nieuwsgierig is.

 

Wat moet in de vertrouwelijkheidsafspraken staan?

Goede vertrouwelijkheidsafspraken zijn concreet. Een algemene zin als “alles is vertrouwelijk” geeft te weinig houvast. Leg ten minste vast:

  • Welke documenten en mondelinge informatie onder de afspraak vallen
  • Wie toegang heeft tot kandidaatnamen, cv’s en gespreksverslagen
  • Via welke kanalen stukken worden gedeeld
  • Wie kandidaten mag benaderen
  • Hoe aantekeningen worden bewaard en vernietigd
  • Wat deelnemers doen bij een vermoedelijk lek
  • Wie intern en extern communiceert
  • Wanneer de vertrouwelijkheid eindigt of verandert

Kandidaatgegevens vragen extra zorg. Tijdens een search verwerk je persoonsgegevens uit cv’s, gesprekken, assessments, referenties en soms openbare bronnen. De Autoriteit Persoonsgegevens benadrukt dat werkgevers zorgvuldig moeten omgaan met persoonsgegevens van sollicitanten en dat screening alleen onder voorwaarden is toegestaan. Gebruik daarom alleen informatie die relevant en rechtmatig is, informeer kandidaten over de verwerking en beperk toegang en bewaartermijnen.

De in september 2025 vernieuwde NVP Sollicitatiecode biedt daarnaast een actuele professionele norm voor zorgvuldig en transparant werven en selecteren.

 

Welke informatie geef je kandidaten?

Geef kandidaten genoeg waarheid om een verantwoord besluit te nemen. Vertrouwelijkheid is geen rechtvaardiging om de zwaarte van de situatie, bestuurlijke spanning of veranderopgave te verbergen.

Werk met een gefaseerd informatiedossier:

  • Eerste benadering: functie, type organisatie, regio, globale opgave en reden voor vertrouwelijkheid, zonder herleidbare details als dat nog niet kan
  • Na bevestigde belangstelling: naam van de organisatie, governance, hoofdlijnen van de opdracht, proces en relevante risico’s, onder expliciete vertrouwelijkheid
  • Voor inhoudelijke gesprekken: volledige succescriteria, samenstelling van bestuur en toezicht, strategische context en wat bekend is over de overgang
  • Voor een finale keuze: arbeidsvoorwaarden, benoemingsprocedure, relevante medezeggenschap, integriteits- en referentieonderzoek en communicatieplanning

Laat kandidaten nooit speculeren over wie zij vervangen. Benoem feitelijk wat wel en niet vaststaat. Als de zittende bestuurder nog niet is geïnformeerd terwijl kandidaten al vergaand worden beoordeeld, moet de raad expliciet kunnen uitleggen waarom dat proportioneel en bestuurlijk verantwoord is.

Hoe voorkom je dat vertrouwelijkheid ten koste gaat van kwaliteit?

Behoud dezelfde beoordelingsdiscipline als bij een openbare search. Een kleine kring vergroot het risico op tunnelvisie, voorkeursbehandeling en onvoldoende toetsing. Vertrouwelijk betekent compact georganiseerd, niet informeel.

 

Gebruik daarom:

  • Een vooraf vastgesteld succesprofiel
  • Dezelfde kernvragen en beoordelingscriteria voor alle kandidaten
  • Schriftelijke, individuele beoordelingen vóór de gezamenlijke bespreking
  • Minimaal twee perspectieven in ieder belangrijk gesprek
  • Gerichte referenties met toestemming van de kandidaat
  • Een expliciete check op belangenverstrengeling
  • Een gedocumenteerde motivering van de keuze

Sluit waar mogelijk aan bij de stappen van een executive-searchtraject. Het vertrouwelijke karakter verandert de toegang tot informatie en communicatie, maar niet de eis dat de uiteindelijke keuze controleerbaar en inhoudelijk sterk moet zijn.

 

Wanneer en hoe informeer je de zittende bestuurder?

Het juiste moment hangt af van de feiten, de formele positie en de gekozen route. Er bestaat geen algemene regel dat een bestuurder altijd vóór iedere marktverkenning moet zijn geïnformeerd. Er bestaat evenmin een algemene rechtvaardiging om de bestuurder zo lang mogelijk buiten beeld te houden.

Laat het moment bepalen door:

  • De fase van de besluitvorming
  • De contractuele en statutaire positie
  • De mogelijkheid tot herstel of herbenoeming
  • De veiligheid en continuïteit van de organisatie
  • De rechten van de bestuurder
  • De kans op voortijdige openbaarmaking
  • De gevolgen voor een zorgvuldige overdracht

Laat bij spanning over functioneren of beëindiging altijd juridisch toetsen welke stappen en hoor- of besluitvormingsmomenten gelden. Scheid het arbeidsrechtelijke of vennootschapsrechtelijke traject van de search, maar zorg dat beide tijdlijnen elkaar niet tegenspreken.

 

Hoe bereid je de communicatie voor?

Bereid communicatie voor voordat je haar nodig hebt. Een lek, onverwachte vraag of voortijdig gerucht laat zich zelden plannen. Maak daarom scenario’s voor geplande bekendmaking én ongeplande openbaarwording.

Een goed communicatieplan bevat:

  • De kernboodschap over vertrek, continuïteit en opvolging
  • De volgorde waarin bestuurder, medezeggenschap, management, medewerkers en externe relaties worden geïnformeerd
  • Een gezamenlijke of afzonderlijke verklaring van organisatie en bestuurder
  • Een vraag-en-antwoorddocument voor leidinggevenden
  • Afspraken over woordvoering en sociale media
  • Een plan voor de periode tussen aankondiging en start van de opvolger

Zeg alleen wat vaststaat. Vermijd formuleringen die de reputatie van de vertrekkende bestuurder onnodig schaden of vooruitlopen op een nog lopende procedure. Tegelijkertijd voelt een boodschap als “in goed overleg” ongeloofwaardig als de organisatie vervolgens maandenlang zichtbaar in conflict is. Zorgvuldigheid vraagt om terughoudendheid én consistentie.

 

Welke fouten komen vaak voor?

De grootste fout is vertrouwelijkheid behandelen als doel op zichzelf. Andere veelvoorkomende fouten zijn:

  • Te veel mensen informeel meenemen, zonder duidelijke verantwoordelijkheid
  • Te weinig mensen formeel betrekken, waardoor tegenspraak of medezeggenschap ontbreekt
  • Kandidaten pas laat vertellen waarom de functie vrijkomt
  • Cv’s en verslagen via onbeveiligde kanalen delen
  • De search starten voordat opdracht, bevoegdheden en besluitroute helder zijn
  • Mondelinge voorkeuren laten ontstaan vóór criteria zijn vastgesteld
  • Geen plan hebben voor een lek
  • De zittende bestuurder en opvolger een onwerkbare overlap laten krijgen

 

Hoe kan Delfin ondersteunen?

Delfin helpt raden en organisaties om een gevoelige opvolgingsvraag te vertalen naar een beheersbaar searchproces. We brengen eerst opgave, governance, informatieringen en succesprofiel in kaart en organiseren vervolgens een gerichte marktbenadering. Vanuit Zuidoost-Nederland combineren we regionale nabijheid met een landelijk netwerk van bestuurders en directieleden.

Een vertrouwelijke search is geslaagd als de organisatie niet alleen discreet heeft gehandeld, maar ook aantoonbaar zorgvuldig heeft besloten en de nieuwe bestuurder met een geloofwaardige startpositie kan beginnen.

 

Veelgestelde vragen

 

Kan een vertrouwelijke search volledig buiten de organisatie blijven?

Meestal slechts tijdelijk. Formele bevoegdheden, medezeggenschap en een zorgvuldige benoeming vereisen dat de kring op vooraf bepaalde momenten groter wordt.

Moet de naam van de organisatie bij de eerste benadering bekend zijn?

Niet altijd. Een anonieme eerste verkenning kan passend zijn, maar vóór een kandidaat inhoudelijk wordt beoordeeld moet die voldoende context krijgen om bewust in te stemmen met het vervolg.

Is een geheimhoudingsverklaring altijd nodig?

Niet voor ieder oriënterend contact. Zodra herleidbare organisatie-, persoons- of kandidaat-informatie wordt gedeeld, zijn expliciete en concrete afspraken verstandig.

Mag je openbare informatie over kandidaten verzamelen?

Alleen als de verwerking een geldige grondslag heeft, relevant en proportioneel is en de kandidaat correct wordt geïnformeerd. Raadpleeg bij twijfel een privacyprofessional.

Opzoek naar meer informatie?
Neem contact op met Mark Simons.

Meer kennisbank