Vijf vragen aan Marieke Guelen

“De macht van de oude garde is nog steeds groot”, Marieke Guelen

We spraken Marieke Guelen, lid van de Raad van Toezicht bij Stichting Land van Horne en lid van de Raad van Commissarissen bij Rabobank Weerterland en Cranendonck  (vanaf 01-07-2022 Rabobank Midden-Limburg).

Als specialist in het vervullen van toezichthoudende functies, spreken we bijna dagelijks (potentiële) toezichthouders, opleiders, bestuurders en stakeholders. Persoonlijke en vaak indringende gesprekken, geven ons een inkijk en een goed beeld van de beweegredenen om een toezichthoudende functie te aanvaarden. Het houden van toezicht is inmiddels ontwikkeld met al haar verplichtingen, verantwoordelijkheden en maatschappelijke opgaven. Elke maand stelt Delfin Executives 5 vragen aan een toezichthouder.

Jouw uitspraak over de macht van de garde is een stevige.

Klopt maar dat is wel de kern waar het in het nieuwe en oude toezicht over gaat. Ik vind nog steeds dat de macht van de oude garde groot is. Toezichthouden anno 2022 is anders dan de gebruikelijke traditionele raden voor ogen hebben. En natuurlijk, bij sommigen zal ik me niet geliefd maken met deze uitspraak maar daar gaat het juist óók om bij toezicht: zeggen wat je vindt in het belang van de organisatie. De meeste toezichthouders hebben ongetwijfeld het beste voor met de organisatie maar de wereld en dus ook de wijze van toezichthouden verandert. Daar ontkom je niet aan, sterker nog je moet dat niet eens willen om eraan te ontkomen. De portefeuilleverdeling vind ik hiervan een goed voorbeeld. Traditioneel heb je de accountants, juristen etc. in een Raad. Op zich niets mis met deze professionals maar vaak zie je de valkuil dat een accountant het werk van de accountant van de organisatie stiekem overdoet. Dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten juist meer op zoek naar de dynamiek, naar thema’s en minder naar de traditionele taken.

Hoort bij het Nieuwe Toezicht ook een opleiding?

Zeer zeker. Welke opleiding je volgt is nog niet zo relevant maar zorg dat je goed voorbereid bent om een te houden. Zelf heb ik een opleiding gevolgd bij de NVTZ omdat die mooi aansloot bij mijn toezichthoudende functie in de zorg. Het zou eigenlijk een verplichting moeten worden voor alle toezichthouders. De combinatie tussen levenservaring, ervaring in je beroepsleven én de theoretische bagage van een opleiding maken je sterker om de functie goed uit te oefenen. En juist voor degenen die zeggen dat een opleiding niet nodig is, is de opleiding uitermate noodzakelijk.

Waarom stimuleer je kandidaten om toezichthouder te worden?

Een organisatie is gebaat bij een kwalitatief goede Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen. Zelf vond ik het een uitdaging maar ook een belangrijke toevoeging om mijn kennis en kunde in te brengen. Balanceren is daarbij belangrijk. Ik heb vaker aan de ‘andere’ kant vanuit de operatie met toezicht te maken gehad en vanuit die ervaring heb ik ook inzicht in het werk van de toezichthouder. Die uitdaging, de verbinding maken tussen hart- buik en regels helpt een organisatie. En, iedereen kan toezichthouder worden. Een goede mix is belangrijk. Juist daarom stimuleer ik anderen open te staan voor een toezichthoudende functie. Vanuit een onbevangenheid kijken naar een organisatie. Nieuwe mensen, nieuw elan, andere meningen. Het is een verrijking voor de organisatie en voor jezelf.

Wat moet morgen veranderen in toezichthoudend Nederland?

Meer vertrouwen en minder controle. We worden gegijzeld door cijfers. Die control-status mag echt een onsje minder. Cijfers zijn natuurlijk belangrijk maar we moeten vooral meer kijken naar de verhalen achter die cijfers. Ik merk dat veel Raden hier nog niet klaar voor zijn. Lijstjes, begrotingen en cijfers zijn ook wel een houvast en dus veilig. Maar …. het blijven cijfers. Een organisatie is meer dan het geheel van cijfers en daar mag ook vanuit toezicht meer aandacht voor komen. Investeren in verhalen achter de cijfers en investeren in de samenstelling van de Raden.

Welke tips heb je voor potentiële toezichthouders?

Blijf onafhankelijk. De financiële vergoeding van een commissariaat moet je onafhankelijkheid niet in de weg staan. En….blijf vragen stellen. Waar kom je terecht, hoe zit de organisatie in elkaar, wat vind je zelf belangrijk, durf als nieuwkomer een positie in te nemen. Gooi af en toe gebalanceerd de knuppel in het hoenderhok maar dusdanig dat je wel kunt blijven samenwerken. Een goede nieuwe raad functioneert in optima forma als er diversiteit is, oog voor het nieuwe toezicht en als er sprake is van een team.

Voor vragen over vijf vragen aan Marieke Guelen kun je contact opnemen met Max Ruiters.

Artikelen

Max Ruiters

Vijf vragen aan Peter van Mulkom

“Maak bespreekbaar daar waar het schuurt” ...

Max Ruiters

Vijf vragen aan Linda van Driel

“Omarm dat je anders bent.” ...