Vijf vragen aan May van de Kerkhof

“Je moet willen begrijpen niet willen weten”

We spraken May van de Kerkhof, directeur netwerkmanagement bij Rijkswaterstaat. Daarnaast is May lid van de Raad van Commissarissen bij woningcorporatie Antares en voorheen toezichthouder bij WML en Xonar.

Waarom vind je een toezichthoudende functie interessant?

Ik ben van nature nieuwsgierig, altijd op zoek naar iets nieuws, iets spannends en er moet iets te doen zijn. Ik ben mijn maatschappelijke carrière begonnen bij de politie. Al snel was ik leidinggevende en maakte ik een overstap naar een MT-functie bij de Provincie en vervolgens een directiefunctie bij het CBS. Nu bij Rijkswaterstaat, waar ik als directeur netwerkmanagement actief ben, ben ik ook continu bezig met procesverbetering, aansturing, crisisbeheersing, etc. Dat past bij me. Veranderen met de menselijke maat, iets betekenen, kwaliteit verhogen. Met die houding wil en kan ik ook iets betekenen voor organisaties vanuit een toezichthoudende rol. Mijn eerste toezichtfunctie was bij Xonar waar ik direct een crisis binnen de Raad van Bestuur voor mijn kiezen kreeg. Dan moet je acteren. De WML is een hele andere organisatie met aandeelhouders, gemeenten en ik had op dat moment niet veel inhoudelijke expertise op het gebied van water. De meerwaarde zit ‘m dan vooral in aanvullende competenties tussen de toezichthouders. Bij mijn huidige toezichtfunctie bij Antares moest het teamgevoel terugkomen en was er tegelijk een vacature voor een nieuwe voorzitter RvC én een nieuwe bestuurder. Die dynamiek bij maatschappelijke organisaties past bij mij en dat vind ik interessant. Het voegt voor mij dus iets toe aan mijn reguliere werk; naar een organisatie kijken vanuit een ander perspectief.

Zijn er verschillen in de toezichtfuncties die je had en nu hebt?

De functie niet zozeer, de organisatie wel. De ene organisatie is meer formeel dan de andere en daar speelt historie en bedrijfscultuur mee. Van oudsher heb je vaak ‘mannetjes’ die hoog op de maatschappelijke ladder staan en bepaalde posities bekleden. Daar ben ik niet zo van. Ik functioneer het beste tussen de mensen met oog voor elkaars verantwoordelijkheden. Je moet jezelf niet belangrijker maken dan de organisatie waar je toezicht houdt. Als je dat voor ogen houdt en dat lukt, dan kun je samen meer bereiken. Neem nu de WML. Daar bleek dat het rooster van aftreden zo was ingevuld dat de zittingstermijnen van de commissarissen tegelijk afliepen. In het belang van de organisatie hebben een andere toezichthouder en ik onze zetel eerder opgegeven zodat het rooster weer in balans was. Het functioneren van de Raad, in het belang van de organisatie waar je toezicht houdt, is belangrijker dan je eigen cv of positie.

Artikel 5 vragen aan May van de Kerkhof-Delfin impact executives

Wat vond je lastig bij toezicht?

Toen ik begon met mijn toezichthoudende rol bij Xonar had ik niet direct de kennis van de zorg, wat in het begin lastig was. Dat heb ik wel in no-time kunnen bijspijkeren en voldoende hulp en steun gehad van collega’s en bestuurders maar dat heb ik daarna anders gedaan. Nog beter voorbereid en een bewuste keuze van de rol. Bij Xonar werd ik gevraagd, ik vond de sector mooi en ik wilde iets betekenen. Je moet echter meer kunnen bieden dan alleen iets voor de maatschappij willen betekenen. Mijn kennis wist ik goed op niveau te brengen door telkens de juiste vragen te stellen. Hierdoor was ik van meerwaarde voor de Raad van Toezicht en die kennis nam ik ook weer mee naar mijn werk. Dat werkt overigens ook andersom. Een toezichthoudende rol is in zoverre erg waardevol voor alle partijen, je leert op een andere manier naar de materie te kijken en kunt daar een rol in spelen.

Wat moet morgen veranderen in toezichthoudend Nederland?

Meer begrip. Ik geloof in de crux van toezicht: je moet willen begrijpen en niet willen weten! Zoek die grens op tussen adviseren en controleren, stel vragen, je bent er samen voor de organisatie! Natuurlijk is er een professionele afstand tussen bestuurder en toezichthouders maar je moet er wel samen voor gaan. Ik merk nog vaak dat een RvT of RvC vooral controlerend is. Het ‘willen weten’. “Heb je dit gedaan, heb je zus gedaan, is dat op orde…..” Allemaal relevante vragen maar het is juist van belang om te weten wáárom een bestuurder bepaalde besluiten neemt of een bepaalde kant op gaat. Een andere suggestie is vooral gericht aan de ‘zittende toezichthouders’. Je hoort vaak dat nieuwe toezichthouders worden opgeroepen om vooral vragen te stellen, nieuwsgierig te zijn en voor nieuw elan moeten zorgen. Gééf hen dan ook die ruimte. Bied als ervaren toezichthouder dan ook die mogelijkheden en voorkom dat nieuwe toezichthouders vervallen in het ‘oude’ van ‘zo doen wij dat altijd’.

Welke tips heb je voor nieuwe toezichthouders?

Zoals ik hierboven al meldde is het stellen van vragen topic nummer één. Dat heeft mij enorm geholpen en gun ik elke nieuwe toezichthouder. Pak die ruimte en blijf de bestuurder stimuleren vanuit nieuwe perspectieven. Toon interesse en zorg dat je in staat blijft om met een frisse en open blik oprechte vragen te stellen. Wees alert op de werkwijze van de ‘zittende garde’. Dat hoeft niet verkeerd te zijn maar je doet het samen. Allemaal nieuwe ‘frisse’ toezichthouders is ook niet goed, juist de mix zorgt voor een krachtig team, met respect voor ieders bijdrage en daar floreert de organisatie waar je het voor doet, het beste bij!

 

Als specialist in het vervullen van toezichthoudende functies, spreken we bijna dagelijks (potentiële) toezichthouders, opleiders, bestuurders en stakeholders. Persoonlijke en vaak indringende gesprekken, geven ons een inkijk en een goed beeld van de beweegredenen om een toezichthoudende functie te aanvaarden. Het houden van toezicht is inmiddels ontwikkeld met al haar verplichtingen, verantwoordelijkheden en maatschappelijke opgaven. Elke maand stelt Delfin impact executives 5 vragen aan een toezichthouder.

Voor vragen over vijf vragen aan May van de Kerkhof kun je contact opnemen met Max Ruiters.

Artikelen

Max Ruiters

Vijf vragen aan Peter van Mulkom

“Maak bespreekbaar daar waar het schuurt” ...

Max Ruiters

Vijf vragen aan Linda van Driel

“Omarm dat je anders bent.” ...