Vijf vragen aan Nanny Huismans

“Laat je niet overrulen door competenties in profielen.”

We spraken Nanny Huismans, sinds 2021 vice-voorzitter van de Raad van Toezicht bij Kunstloc Brabant en onlangs heeft zij haar tweede termijn afgerond als lid Raad van Toezicht bij Netwerk Maatschappelijke Ontwikkeling (NMO). Van 2011-2016 was Nanny directeur-bestuurder bij Woningstichting Domus, een vernieuwende woningcorporatie, van 2016-2019 heeft zij bij de gemeente Eindhoven de decentralisaties in het sociaal domein geleid en van 2019-2023 was Nanny directeur-bestuurder van Care+, een zorgorganisatie in de GGZ/LVG. Sinds vorig jaar is zij eigenaar van een bureau dat organisaties ondersteunt in het realiseren van ontwikkeling en veranderopgaven.

Is er voldoende ruimte voor nieuwkomers in toezichthoudende functies?

Je slaat de spijker op de kop: er is ruimte maar te weinig! Mijn drijfveer om in 2015 een governance opleiding te volgen, was gebaseerd op mijn eigen ervaring. Ik zag dat jonge generaties niet vertegenwoordigd waren in toezichtfuncties en in mijn eigen organisatie lukte het ook niet. Als nieuwe generatie bestuurder, ik was 30 toen ik benoemd werd, had ik weinig sparringpartners van mijn generatie.

Ook in de Raad van Commissarissen (RvC) was een groot verschil tussen mijn generatie en die van de leden. Mijn toenmalige RvC en voorzitter vonden het belangrijk dat ook mijn generatie vertegenwoordigd was in de Raad. Er is door hen specifiek gezocht naar jonge toezichthouders. Die waren helaas niet te vinden, er reageerden geen mensen onder de 45 jaar. Dat vond ik wel een dingetje en zette me aan het denken. Waarom was de functie van toezichthouder niet interessant voor jongeren? Daar had ik eigenlijk nooit over nagedacht. Mijn voorzitter van de RvC inspireerde me met zijn diepe overtuiging dat een diverse samenstelling van de RvC, een toegevoegde waarde is voor de organisatie. Dat zag ik als een brede maatschappelijke uitdaging, waar ik me wel voor wilde inzetten. Dat was dus mijn drijfveer om me te scholen en te solliciteren als lid Raad van Toezicht.

Nu, 10 jaar later, zie ik dat de wereld langzaam verandert. Je ziet de energie en dynamiek veranderen, daar word ik blij van. Raden staan meer open voor diversiteit én dus een nieuwe toezichthouders. Maar er is nog werk te doen. Raden zijn nog steeds aan zet om het vak van toezichthouder interessant te maken voor de nieuwe generatie.

Wat viel op als jonge toezichthouder?

Ik was 35 toen ik voor het eerst toezichthouder werd. Ondanks dat ik op dat moment al 5 jaar directeur-bestuurder was, vielen de terminologieën en het taalgebruik mij direct op en niet positief. Als nieuwe toezichthouder kun je met veel plezier ‘Bullshit bingo’ spelen. Zonder gekheid, het zijn maar woorden uiteindelijk, maar het kan behoorlijk intimideren of afschrikken. Het gaat er juist om wat je kunt bijdragen als toezichthouder en daar moet je even doorheen prikken.

Je maakt impact door vragen te stellen, en nieuwsgierig te blijven, ook naar alles wat niet logisch voelt. Daarmee draag je bij aan vernieuwing en sluit je aan bij de samenleving. Juist als je anders bent, zaken van een andere kant bekijkt en wil vernieuwen, ben je van toegevoegde waarde. Natuurlijk is toezichthouden een vak en een investering. Je hebt een verantwoordelijkheid in je rol, bijvoorbeeld om het vak eigen te maken, een kritische en inspirerende sparringpartner te zijn en een goed werkgever te zijn. Je kunt dus ook niet zomaar alles roepen maar laat je vooral niet afschrikken door de stevige ervaring of termen die anderen leden gebruiken. Alles is te leren, zeker als je met professionele collega’s in een Raad zit. Juist met je eigen inzicht en kennis kun je het collectief versterken.

Vijf vragen aan Nanny Huismans_Delfin impact executives_Max Ruiters_artikelFoto: Nanny Huismans, jaren geleden poserend voor het blad Limburgse Zakenvrouwen, pleit voor meer vanzelfsprekende zelfreflectie bij toezichthouders.

Wat moet er morgen veranderen in toezichthoudend Nederland?

Leuke, maar geen eenvoudige vraag. Wat mij betreft meer zelfreflectie op wat de samenleving vraagt en daar proactief op reageren. Dat voorkomt nog meer regelgeving en voorkomt dat geld uitgegeven wordt aan verplichte controles in plaats van naar het maken van maatschappelijke impact. Wat mij bijvoorbeeld opvalt is dat veel raden wel een zelfevaluatie hebben maar het vaak meer voor de vorm organiseren. Eigenlijk is het gek dat er regels zijn voor een zelfevaluatie. Elke raad zou dit juist zelf moeten willen. In mijn ogen zou je enige doel moeten zijn om zo bij te dragen aan een organisatie dat deze zoveel mogelijk impact kan maken op weg naar een duurzamere en gezonde samenleving.

Dat kan alleen maar als je bewust bent van je eigen rol in verhouding tot de organisatie, de doelgroep en de samenleving. Dat besef en die reflectie zou in mijn optiek beter mogen. Ik zie het als een eer dat je in deze positie bij mag dragen aan een betere samenleving. Laten we onze rol dan ook bloedserieus nemen, zo voorkomen we dat er onnodige regels bijkomen die geld kosten en er ook nieuwe verdienmodellen ontstaan. Goed dat er kwaliteitscontrole is en er externe expertise en ondersteuning voorhanden is én laten we vooral bewust zijn wat voor een impact we met onze rol kunnen maken. Dat geld gaat namelijk niet naar de samenleving en dat is toch zonde?

Is het lastig om op afstand impact te maken voor een organisatie?

Het is een andere manier van impact maken dan bijvoorbeeld in de rol van directeur-bestuurder; voor mij persoonlijk is dat heel inspirerend en energie gevend. Juist de afstand zorgt dat je andere zaken ziet dan wanneer je elke dag in de organisatie werkt. Zo kun je suggesties mee geven om de organisatie en de bestuurder te versterken, zodat zij nog meer impact kunnen maken in de praktijk. Je kijkt met de ogen van de doelgroep en de samenleving mee met de organisatie.

Je toetst, bent sparringpartner op belangrijke thema’s, je inspireert en verbindt. Om dat te kunnen bereiken is er wel een minimale basis nodig. Heldere afspraken en kaders, open en eerlijke gesprekken, transparantie in informatie en een basis van vertrouwen. Onderling en met de bestuurder. Een diversiteit aan leden in de raad, zorg voor boeiende gesprekken en mooie bewegingen.

Welke tips heb je voor (aankomende) toezichthouders?

Wat ik in de praktijk zie is dat het voor vernieuwende toezichthouders en de nieuwe generatie lastiger is om benoemd te worden binnen een gevestigde Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen. Dat vraagt wat van de zittende leden om bewust ruimte te creëren voor ander type mensen. Tegelijkertijd zie ik dat er vaak een externe recruiter wordt ingeschakeld om het proces te begeleiden. Als tip wil ik mensen meegeven om te investeren in de relatie met recruiters. Zorg dat zij jou en jouw verhaal zien en geloven. Zij staan in nauw contact en kunnen leden van de RvT vaak overtuigen om iemand toch te spreken.

Zoek een recruiter die voor je wilt vechten. Een andere tip is dat je je netwerk moet laten weten dát je interesse hebt in een toezichthoudende functie. Raden zijn wellicht op zoek naar vernieuwende toezichthouders maar dat moet je wel te vinden zijn en het kenbaar maken. Laat je dus niet afschrikken door taal of beelden van anderen. En als je het nog niet zeker weet; ga je vooral verdiepen, het is een mooi, waardevol vak!

Tot slot, blijf je zelf. Dat klinkt wellicht vanzelfsprekend maar is erg belangrijk in mijn ogen. Laat je niet overrulen door competenties in profielen en zwaargewichten. Laat die RvT weten waarom juist jij, als jezelf, de perfecte aanvulling bent in hun team.

Voor vragen over vijf vragen aan Nanny Huismans kun je contact opnemen met Max Ruiters.

Artikelen

Max Ruiters

Stroom Zuid & Delfin impact executives slaan handen ineen

Investeren in duurzame samenwerking is meer dan een begrip. Het is een overtuiging die zowel bij Stroom Zuid als Delfin impact executives...

Elise Lansu

Elise Lansu: Drijvende kracht achter vrouwelijk leiderschap

‘Als executive searcher heb je de verantwoordelijkheid om maatschappelijk relevante thema’s, zoals meer gendergelijkheid in de...