Vijf vragen aan Tamara van Scheijndel

“De agendering van de RvT-vergadering zegt veel over de organisatie”

We spraken Tamara van Scheijndel, lid van de Raad van Commissarissen van Lindeboom Bierbrouwerij, lid Raad  van Commissarissen van Budé Holding, vice-voorzitter van de Raad van Toezicht bij GGzE, lid van de investeringscommissie van Limburg Startup Capital Fonds van LIOF,  en voormalig lid Raad van Toezicht Ziekenhuisgroep Twente.

Waar komt die passie om toezichthouder te zijn vandaan?

Besturen of toezichthouden zat er al vroeg in. Al tijdens mijn rechtenstudie zat ik in diverse besturen en vrij snel na mijn beëdiging als advocaat was ik voorzitter van de Jonge Balie van het arrondissement Roermond, een vereniging voor jonge advocaten. Later werd ik waarnemend deken van de Raad van Toezicht van de orde van Advocaten. Dan heb je weliswaar een andere rol dan een RvT/RvC bij verschillende organisaties maar je leert op een bredere manier naar je omgeving te kijken en mee te denken over uitdagingen in die omgeving. Iets naast je reguliere baan doen dat waarde toevoegt, vind ik erg belangrijk. Daarin vind ik mijn drive en het geeft mij energie. Door mijn toezichtrol bij Ziekenhuisgroep Twente, ik was toen 43 jaar, ontdekte ik de mooie en versterkende combinatie van het zakenleven, zorg en toezicht. Toen wist ik dat ik meer toezichthoudende rollen ambieerde.

Wat is de kracht van een Raad van Toezicht?

De kracht van een Raad van Toezicht is dat je waarde toevoegt aan een organisatie. Je bent er immers voor het belang en de continuïteit van de organisatie en functioneert – als het goed is – als critical friend. De complementariteit van een team zorgt ervoor dat je samen met de bestuurder een organisatie vooruithelpt of klaar staat en handelt als het moet bij problemen of crisis. Ook dat heb ik mogen ervaren. De rol van de voorzitter is hierbij zeker belangrijk. Bij mijn eerste toezichthouderschap stapte ik bij mijn eerste vergadering in de valkuil dat ik de juridische stukken die toevallig op de agenda stonden in detail had beoordeeld, dat was ik immers ook gewend vanuit de advocatuur. Mijn voorzitter liet mij zien hoe ik kon meedenken met het bestuur en toch de benodigde professionele afstand als toezichthouder kon behouden. Dat was leerzaam. Ook door te kijken naar de stijl van ervaren collega toezichthouders en niet te vergeten van de interactie met de bestuurder leer je veel. Een voorzitter die coachend is, niet of nauwelijks solistisch acteert en aan de overige leden de veiligheid biedt en ruimte geeft om een andere mening te uiten en daarover constructief met elkaar van gedachten te wisselen gun ik elke toezichthouder. Het bevordert de teamsterkte en ook de relatie met een bestuur. Een ander mooi voorbeeld is de agenda van een RvT-vergadering. Daaruit kun je vaak al afleiden waar de focus van de organisatie ligt of waar een RvC belang aan hecht. Staan keer op keer de cijfers bovenaan op de agenda of wordt eerst over de toekomst, of de (lange termijn) strategie van de organisatie gesproken? De agendering van de RvT-vergadering zegt in die zin veel over de kracht van een RvT.

Heb je een opleiding nodig om commissaris te worden?

Oprechte nieuwsgierigheid en intrinsieke belangstelling is onmisbaar om je rol goed te vervullen. Daarnaast is levenservaring en het maken van vlieguren van belang. Door die ervaring kijk ik vanuit integraliteit naar een organisatie en niet of veel minder vanuit mijn van oorsprong juridische achtergrond. Dat vind ik ook zo aantrekkelijk aan de rol van commissaris. Ik heb vorig jaar een postdoctoraal programma voor ervaren Commissarissen en Toezichthouders aan de Erasmus Universiteit gevold. Die opleiding heeft mij veel gebracht. Ik kreeg nog meer inzicht in de materie of werd bevestigd in de wijze waarop ik acteerde. Je medecursisten en docenten uit de academische wereld en de praktijk houden je een spiegel voor, bieden een ander perspectief en helpen je om kritisch op jezelf en je RvC te zijn. Een opleiding zorgt ervoor dat je telkens de goede vragen blijft stellen, op de hoogte blijft van ontwikkelingen en alert blijft. Naast de opleiding is het ook waardevol als je in meerdere sectoren actief bent. Dat moet overigens wel bij je passen. Mijn ervaringen bij Lindeboom, Budé, LIOF, het ziekenhuis en de GGZ zijn zeer waardevol. Allemaal andere organisaties maar qua toezichtcompetenties vergelijkbaar en aanvullend. Ik merk wel dat ik afhankelijk van de organisatie andere accenten leg, andere competenties gebruik en ondanks mijn inmiddels ruime ervaring als commissaris nog steeds nieuwe dingen leer of inzichten opdoe. Hierdoor kun je ook van toegevoegde waarde zijn voor de organisatie waar je toezichthouder bent.

Wat moet morgen veranderen in toezichthoudend Nederland?

Wat mij steeds bezighoudt en waar ik nog geen antwoord op heb is de vraag ‘wie houdt toezicht op het toezicht’. Dat is een lastige en daar moeten we iets mee. Je hebt uitstekend functionerende raden van toezicht die die ‘extra ogen’ niet nodig hebben en heel goed in staat zijn om bijvoorbeeld met behulp van zelfevaluatie en teamactiviteiten de aandachtspunten boven water te krijgen, maar juist ook organen waar dat wel nodig is. Dan denk ik met name aan het minder goed intern functioneren van een raad, zeker als er veel niet gezegd wordt. Dat is vaak niet meteen zichtbaar en merkbaar voor de buitenwereld, maar daar kun je als toezichthouder wel flink last van hebben. Hoe organiseer je dat? Is dat maatwerk? En, hoe bepaal je dan dat maatwerk? Dat vind ik nog wel een uitdaging, ook omdat je elkaar beperkt ontmoet. Het mag rustig schuren maar waar zijn dan de grenzen? Wat zijn de waarden van je RvC, hoe kom je daarachter en hoe acteer je daarnaar? Dat vergt een behoorlijke tijdsinvestering, een veilige omgeving en vertrouwen in elkaar. Als je het dus hebt over iets dat morgen mag veranderen, dan is het de wijze hoe we om moeten gaan met dit soort situaties. Een ander aspect wat al verandert maar wat mij betreft nog sneller mag gaan, is de diversiteit van Raden. Dan heb ik het minder over de man-vrouwverhouding, waar terecht steeds meer aandacht voor is, ook omdat de wet dat inmiddels voorschrijft. Er moet echt meer ruimte voor jonge toezichthouders komen en – afhankelijk natuurlijk van de omvang van de organisatie en wat deze nodig heeft – minder de traditionele rollen voor accountants of laat ik het dicht bij huis zoeken, de juristen. Juist jongeren denken anders, zijn meer met duurzaamheid bezig, staan anders in het leven. De wereld en dus organisaties veranderen, denkwijzen van jongeren helpen daarin om anders naar de wereld te kijken. Ik beweer niet dat het roer in één keer om moet maar als je jongeren een kans geeft en écht open staat voor hun meningen, denkwijzen en kijk op de wereld dan kan dat voor een organisatie erg verfrissend zijn. Bovendien doen jongeren andere vaardigheden op door op te trekken met ervaren commissarissen en maken zo kennis met andere perspectieven. Over en weer kunnen wij van elkaar leren, daar wordt iedereen beter van.

Welke tips heb je voor (nieuwe) toezichthouders?

Een tip voor elke toezichthouder: vertrouw ook op je buikgevoel, je intuïtie. Papier is geduldig, ga dus op onderzoek uit, laat je informeren, laat je inspireren, wees oprecht nieuwsgierig, waak ervoor dat vragen stellen niet ontaardt in het verkapt spuien van je eigen kennis of mening en handel. Bij ieder nieuw commissariaat moet je goed kijken naar de samenstelling van het team en de organisatie. Vraag je af: “pas ik daar” en “wat kan ik toevoegen”. Denk vooral goed na voordat je instapt in een rol als toezichthouder, het vergt tijd en brengt verantwoordelijkheid met zich. Toezichthouden is niet vrijblijvend en zeker geen erebaantje. En blijf voortdurend bezig met (zelf)reflectie: “wat hoor je niet wat je wel zou moeten horen”. Tot slot voor de beginnend toezichthouder, volg een opleiding om te ontdekken of een rol als toezichthouder bij je past. Het zijn van toezichthouder vraagt echt andere competenties dan als bijvoorbeeld bestuurder, directie- of MT-lid of consultant. Grijp met beide handen een stageplek aan als die wordt aangeboden of ga daar actief naar op zoek. Dat is dan tevens de tip voor de gevestigde orde: zorg dat nieuwe toezichthouders kansen krijgen om ervaring op te doen en ook op die manier een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving en je organisatie. Bovendien kan een buitenstaander je helpen om een open blik te houden.

 

Als specialist in het vervullen van toezichthoudende functies, spreken we bijna dagelijks (potentiële) toezichthouders/commissarissen, opleiders, bestuurders en stakeholders. Persoonlijke en vaak indringende gesprekken, geven ons een inkijk en een goed beeld van de beweegredenen om een toezichthoudende functie te aanvaarden. Het houden van toezicht is inmiddels ontwikkeld met al haar verplichtingen, verantwoordelijkheden en maatschappelijke opgaven. Elke maand stelt Delfin Executives 5 vragen aan een toezichthouder.

Voor vragen over vijf vragen aan Tamara van Scheijndel kun je contact opnemen met Max Ruiters.

Artikelen

Elise Lansu

Elise Lansu: Drijvende kracht achter vrouwelijk leiderschap

‘Als executive searcher heb je de verantwoordelijkheid om maatschappelijk relevante thema’s, zoals meer gendergelijkheid in de...

Max Ruiters

Vijf vragen aan Leontien Mees

“Probeer geen toezichthouder te zijn” ...